TheMusicZone ----- WERELDMUZIEK
Wereldmuziek of World Music, is een verzamelterm die pas eind jaren tachtig is bedacht door muziekjournalisten en kopstukken uit de muziekindustrie om alle niet westerse popmuziek die haar oorsprong vindt in de lokale volksmuziek te duiden. De term wereldmuziek is dus relatief nieuw, maar de muziek die ermee bedoeld wordt, is vaak vele eeuwen oud. Het is geen eenduidig genre, maar een benaming voor een groot aantal uiteenlopende stijlen volkse muziek die steeds terug te voeren is op een land of bevolkingsgroep. De behoefte bij muziekliefhebbers, kleine platenmaatschappijen en muzikanten om andere dan de westerse popmuziek onder de aandacht van een breder publiek te krijgen, vroeg om een eenvoudige verzamelnaam die de mogelijke luisteraars op weg moesten helpen in hun zoektocht naar… wereldmuziek.
Tegenwoordig is de oorspronkelijke vorm van de vele uiteenlopende stijlen wereldmuziek sterk beïnvloed door de interactie tussen de verschillende culturen en heeft wereldmuziek op haar beurt in haar al mogelijke verschijningsvormen veel invloed gehad op de westerse popmuziek.
Wereldmuziek sinds de jaren 80
Wereldmuziek is van alle tijden, van alle landen en van alle volkeren. De interesse voor niet westerse muziek in vooral West Europa en Noord Amerika neemt in de jaren tachtig enorm toe. Deze groeiende belangstelling voor oorspronkelijke muziek die zich onderscheidt van de popmuziek van Engelse of Amerikaanse herkomst, leidt uiteindelijk tot het ontstaan van de term wereldmuziek.
De interesse in muziek uit andere werelddelen dan Europa resulteert in 1982 in het organiseren van het eerste wereldmuziekfestival WOMAD (World Of Music Arts and Dance) in Groot Brittannië (www.womad.org) In Nederland vindt inmiddels al enkele jaren met groot succes het Rotterdamse Dunya festival (www.dunya.nl), Amsterdam Roots en het Tilburgse wereldmuziekfestival Mundial (www.festivalmundial.nl) plaats, waar naast muziek ook veel aandacht is voor niet westerse culturen en gebruiken. In Belgie is het Sfinks festival al vele jaren een begrip (www.sfinks.be) .
Vermeldenswaardig is tevens het gezamenlijke initiatief 'Global Sounds' van de Nederlandse muziekindustrie en de detailhandel; een jaarlijkse promotiecampagne ter ondersteuning van artiesten en bands die onder de noemer wereldmuziek vallen.
Popmuzikanten ontdekken wereldmuziek
Een extra stimulans voor de ontwikkeling van en erkenning voor wereldmuziek komt van initiatieven van bekende popmuzikanten zoals Peter Gabriel die zijn eigen World-label start (www.realworld.co.uk), Paul Simon die voor zijn album Graceland en de aansluitende tournee onder andere samenwerkt met het Zuid Afrikaanse a capella koor Ladysmith Black Mambazo, Hugh Masekela en Miriam Makeba, terwijl Talking Heads-frontman David Byrne nieuw leven blaast in de carrière van onder andere de Zuid Amerikaanse artiest Tom Zé.
Wie herinnert zich niet de grote hit YeKé YeKé van Mory Kanté, het succesvolle duet van Neneh Cherry met Youssou N'Dour die een hit scoren met 7 Seconds, en de Afrikaanse zanger Wes die heel Europa aan zijn voeten krijgt met zijn hit Alane? En de eendagsvliegen die scoren met wereldmuziek hits zoals Mambo nr. 5 van Lou Bega, Macarena van Los Del Rio, de zomerhit Lambada van Kaoma, danskraker Didi van Cheb Khaled, of de Turkse pop van Tarkan en zijn hit Simarik?
Westerse steden als smeltkroes van muziek
In een wereld waar mensen vrij reizen en technologie de mensheid in staat stelt om ook over grote afstanden met elkaar te communiceren, hebben culturen invloed op elkaar. Dat geldt zeker ook voor de verschillende muziekculturen, die vooral in de grote internationale steden met elkaar in aanraking komen en versmelten tot nieuwe genres of stromingen. Londen, Parijs, New York, Amsterdam, Berlijn; het zijn multiculturele steden waarin nieuwe bands ontstaan die putten uit een rijke schakering van uiteenlopende invloeden.
In de jaren zestig liet Beatles-gitarist George Harrison zich al inspireren door de klanken uit India en Pakistan, speelt de geboortige Mexicaan Carlos Santana in 1969 op Woodstock met een mix van Latijns Amerikaanse percussie en rockmuziek en beheerst het Griekse Cobra's Dance van Trio Hellenique in de jaren zestig en zeventig de hitlijsten.
In een wisselwerking van nieuwe muzikale initiatieven enerzijds en een toegenomen interesse bij media en publiek anderzijds, treden in West Europa en Amerika nieuwe bands voor het voetlicht die putten uit een rijk arsenaal aan geïmporteerde muziek uit Latijns Amerika, Oost Europa, Afrika, Azië en het Midden Oosten. Niet alleen de hierboven genoemde artiesten verdiepen zich in wereldmuziek en musiceren met muzikanten uit verschillende werelddelen, er ontstaan in de grote steden nieuwe bands die een multiculturele muziekmix presenteren. Zodoende komen we in het westen in aanraking met muziek uit Bulgarije door Les Mystere de Voix Bulgares, de Tuvaanse boventoonzangers Huun-Huur Tu, of met de vanuit Amsterdam actieve formatie Verskhi Da Koreshki, bestaande uit Russische muzikanten en een Senegalese zanger. (Luister ook naar CD2, track 3 en 7). En ook de multiculturele band East Meets West waarin Turkse muziek wordt gemend met Westerse rock, opereert vanuit Nederland. Bij de Belgische zuiderburen zingt het Zaïrees-Belgische vrouwenkwartet Zap Mama (Luister ook naar CD2, track 5) een unieke stijl waarin muziek uit verschillende werelddelen valt te herkennen.
En wat te denken van het Franse Deep Forest, die een ambient mix samenstelt met invloeden uit Mongolië, Hongaarse zigeunermuziek en Taiwanese aboriginals.
Angelique Kidjo is geboren en getogen in het Afrikaanse Benin, maar breekt pas door wanneer ze woonachtig is in Parijs en een mengeling van Afrikaanse ritmes, Amerikaanse funk en Westerse poprock opneemt. De Afrikaanse en in Parijs woonachtige zanger Wes scoort een Europees klinkende en grote hit met Alane.
Maar de ultieme smeltkroes is het multiculturele Mano Negra dat werkelijk alle stijlen zoals salsa, ska, rock, blues, flamenco, rap en country door elkaar husselt en het vervolgens zelf 'patachanka' noemt. Bovendien zingt de band in het Engels, Frans, Spaans, Duits en Arabisch. Frontman Manu Chao gaat de laatste jaren solo verder maar brengt nog steeds een mix van genoemde stijlen. (Luister ook naar CD1, track 16). Bovendien is hij als producer erg actief. Bijvoorbeeld in 2005 met het album 'Dimanche a Bamako' van het Malinese duo Amadou et Mariam, dat ook te zien was tijdens Lowlands 2005.
In Engeland zijn het de immigranten uit India en Pakistan, die grote invloed hebben op de muzikale ontwikkelingen. De op feestmuziek uit Punjab gebaseerde westerse variant wordt Bhangra gedoopt, waarbij de Indiaanse beat in combinatie met verschillende dance stromingen voor nieuwe impulsen zorgt. De Pakistaan Apache Indian kiest voor een Aziatische ragga-variant terwijl Fun-Da-Mental Aziatische samples met raps, breaks en beats versmelten. Daarnaast doen ook acts als Transglobal Underground, Natasha Atlas, Asian Dub Foundation en Loop Guru van zich spreken. Recenter is het succes van Cornershop (Brimful of Asha), Talvin Singh en Nitin Shawny. (Luister ook naar CD2, track 33)
Twee richting verkeer
Maar de invloeden zijn wederkerig. Zo is de mede uit reggae en Afrikaanse griot-muziek voortgekomen hiphop of rap een genre, dat in de getto's van New York is ontstaan maar inmiddels ook is doorgedrongen tot de verste uithoeken van de wereld. Ook in de verschillende landen in Afrika zijn momenteel rappers actief die hun oorspronkelijke taal gebruiken om op westerse breaks & beats te rappen. Inmiddels telt elke Afrikaanse muziekcultuur een aantal succesvolle rappers.
(zie www.africaserver.nl/urbanculture) + (Luister ook naar CD2, track 17 t/m 19)
Daarmee is hiphop een universele muziekstijl geworden die telkens een lokale variant kent. Illustratief is het recente optreden van de Senegalese rappers Mamadoe & Sitadel voor het Nederlands koningshuis, of het succes van de in Nederland geboren en getogen Marokkaanse rappers Ali B en Raymzter. En ook De Jeugd van Tegenwoordig is een multicultureel rapcollectief, dat zich bedient van de Nederlandse taal maar daar wel eigen begrippen aan toevoegt.(zie ook www.TheMusicZone.nl HipHop-pakket).
Amerikaanse rappioniers zoals Run DMC, KRS One en Public Enemy leggen op hun beurt steeds aan journalisten uit dat hun raps, breaks en beats mede gebaseerd zijn op de oorspronkelijke Afrikaanse ritmes. Daarnaast komen verwijzingen naar het Afrikaanse continent in de naam of de teksten van Amerikaanse rapartiesten veelvuldig voor. Denk alleen maar aan de naam Jungle Brothers, Afrika Bambaataa of A Tribe Called Quest, en het nummer I'm An African van Dead Prez. Het collectief Arrested Development mengt begin jaren negentig haar rapmuziek zelfs nadrukkelijk met Afrikaanse invloeden en ritmes.
EUROPA
Wereldmuziek is niet perse exotisch of afkomstig uit verre overzeese gebiedsdelen. Ook binnen de grenzen van het huidige Europa zijn tal van verschillende stijlen volksmuziek te duiden die onder de verzamelterm wereldmuziek geschaard kunnen worden. Muziek die dient als vermaak, als troost, als middel om een verhaal te vertellen en telkens geworteld is een eeuwenoude traditie. Maar zich door de eeuwen heen wel heeft ontwikkeld en ook invloeden van andere muziekculturen heeft geabsorbeerd.
Traditioneel zijn bijvoorbeeld de Ierse folksongs die tot op de dag van vandaag in vele Ierse pubs te horen zijn. Veelal eeuwenoude liederen, protestsongs ook, die verhalend zijn en generatie op generatie worden doorgegeven. The Dubliners, Christy Moore, Mary Black en The Chieftains zijn bekende namen in de huidige Ierse folk, terwijl de meer moderne popbands als The Pogues, Clannad of het punky gezelschap The Dropkick Murphys sterk beïnvloed zijn door de Keltische volksmuziek. En nog altijd putten talloze Britse en Ierse moderne bands en artiesten ruimschoots uit de rijke Keltische muziektraditie.
De link tussen de Ierse en Griekse volksmuziek is het typische snaarinstrument bouzouki. Een van oorsprong uit Turkije afkomstige langhals luit die in de jaren zestig steeds vaker door Ierse muzikanten wordt gebruikt. Het zijn met name de Griekse componisten Mikis Theodorakis en Manos Hadzidakis, die het instrument bouzouki en de daarmee de Griekse volksmuziek populair maken. Het toppunt van Griekse roem is het wereldsucces van Trio Hellenique met het klassieke Zorba's Dance dat ook in Nederland vele weken op nr. 1 in de hitlijsten stond.
In de meer onherbergzame gebieden van Griekenland hebben de zigeunerinvloeden de bovenhand en is het juist de klarinet die de melancholische toon zet. De Griekse invloeden klinken tevens door bij de westerse pop van Demis Roussous en zijn Aphrodite's Child - met in de gelederen toetsenist Vangeli - en in de volkstümliche Duitstalige liedjes van Vicky Leandros. Ook de brave universele popachtige muziek van zangeres Nana Mouskouri wordt gekenmerkt door de van oorsprong Griekse muziek.
Klezmer is de benaming van Jiddische dansmuziek, die haar oorsprong vindt in verschillende delen van Oost Europa en daarmee als muziekgenre de ultieme Europese smeltkroes genoemd mag worden. Invloeden uit landen als Bulgarije, Roemenië, Rusland en Griekenland worden gemengd met oriëntaalse en zigeunermuziek. Belangrijkste instrumenten in klezmer zijn viool, klarinet, bas en accordeon, maar ook blaasinstrumenten zoals tuba, trompet en trombone worden veelvuldig gebruikt. Een grote naam in de klezmer muziek is de in Argentinië geboren Giora Feidman die ook meewerkte aan de muziek voor Steven Spielberg's film Schindler's List. In Nederland is vooral The Amsterdam Klezmer Band erg bekend, terwijl Hava Nagila Hava ongetwijfeld een van de meest bekende Joodse volksliedjes is. (Luister ook naar CD1, track 6)
Ook dansmuziek, maar afkomstig uit de Bohemen - Tsjechië, is de polka. Deze van oorsprong boerendans vinden we tegenwoordig vooral terug in het vooral in Amerika populaire country & western-genre.
De zigeunermuziek is eveneens niet begrensd door de huidige staatsgrenzen. Zigeuners komen oorspronkelijk uit India en zijn op hun rondreis ruim 1000 jaar geleden vooral in Oost Europa terecht gekomen. Het zijn vooral de landen als Hongarije, Roemenië, Tsjechië en Bulgarije waar de zigeunermuziek zich in lokale varianten ontwikkelt. Vermaarde zigeunermuzikanten- en orkesten zijn Tata Mirando en Malando, die als hoofdinstrumenten doorgaans de viool, altviool, bas, gitaar, cymbaal en accordeon, eventueel aangevuld met een blaasinstrument als de klarinet gebruiken. (Luister ook naar CD1, track 3, 4en 19)
De ontwikkeling en uitwisseling met westerse en moderne stromingen gaan tot vandaag de dag door met een meer jazz georiënteerde vorm zoals die populair is geworden door Django Reinhardt met zijn Hot Club de France. In Nederland kennen we het virtuoze Rosenberg Trio, terwijl de uit Noord Spanje en Zuid Frankrijk afkomstige gezelschap The Gipsy Kings een uitermate populaire en toegankelijke variant hebben ontwikkeld. De meest moderne popmuziekvariant op zigeunermuziek is misschien wel afkomstig van de Spaans Franse stadsnomade Manu Chao die zich omringt met muzikanten met uiteenlopende nationaliteiten en achtergronden en alle mogelijke invloeden uit volkse muziek in zijn repertoire verwerkt.
Luister ook naar CD1, track 16 en zie de schitterende site www.manuchao.net)
Portugal kent zijn eigen typische muziekstijl onder de naam fado, ook wel de Portugese blues genoemd vanwege het meeslepende melancholieke melodieën en treurige teksten. Hoewel de ontstaansgeschiedenis van fado niet eenduidig is, is wel bekend dat de fado al honderden jaren oud is en haar oorsprong vindt in de steden Porto en Lissabon. De bekendste fadozangeressen zijn Cristina Branco, Amalia Rodrigues, Mariza en Dulce Pontes.
En waar Portugal de fado heeft, kent buurland Spanje de flamenco; een muziekstijl die haar oorsprong vindt in een amalgaam van muziek die de Moren uit Afrika meebrachten en die vervolgens onder invloed van rondtrekkende zigeuners en de oorspronkelijke katholieke bevolking in Andalusië zou evolueren tot de uiteindelijke flamenco. Kenmerkend voor de huidige flamenco is de flamenco gitaar, de rauwe emotionele zang en het klappen met de handen. De flamenco dans, die vele variaties kent, is aanmerkelijk jonger en vindt haar oorsprong aan het begin van de twintigste eeuw. 's Werelds beroemdste flamencogitarist is de virtuoos Paco de Lucia die tevens veel affiniteit met jazz heeft en daardoor ook zeer gewaardeerd wordt door jazzliefhebbers. (Luister ook naar CD2, track 9 en 35)
CUBA & DE CARAIBEN
Met het succes van de Buena Vista Social Club, mede onder invloed van de productionele bemoeienissen van gitarist Ry Cooder, staat het eiland Cuba ook weer prominent op de muziekkaart. Het succes van Buena Vista Social Club ontketent een ware Cuba-rage en de Cubaanse muziekstijl 'son' staat wereldwijd opnieuw in de belangstelling. Het zorgt dat vermaarde artiesten als Ibrahim Ferrer, Eliades Ochoa en Compay Segundo op hoge leeftijd aan hun tweede muzikale jeugd beginnen.
(Luister ook naar CD1, track 14)
Cuba is de bakermat van de mambo, rumba, salsa, cha cha cha en het al eerder genoemde son. Muziekstijlen die veelal een product zijn van een mix van de muziek van Afrikaanse slaven, die op de tabaksplantages werken en de van origine Spaanse bezetters van Cuba. Maar de oudste en misschien wel bekendste Cubaanse son-compositie is de veel gecoverde wereldhit Guantanamera van Joseito Fernandez. De meest eigentijdse versie komt van Wyclef Jean. (Luister ook naar CD1, track 8)
Naast de Cubaanse zijn verschillende Caraïbische muziekstijlen te onderscheiden. Zo vindt de merengue, een mengeling van de Afrikaanse en Spaanse culturen, haar oorsprong in de Dominicaanse Republiek. Merengue wordt bekend door artiesten als Las Chicas del Can, Luis Alberti en Johnny Ventura. Maar het is Juan Luis Guerra die de Dominicaanse merengue wereldwijd beroemd maakt.
De bekendste muziekstijl uit Colombia is de cumbia, dat Europese, Afrikaanse en Indiaanse invloeden kent. In het door de Franse bezette Haïti wordt een variant op de meregue van buurland Dominicaanse Republiek ontwikkelt die 'compas' wordt genoemd.
Op de Franse Antillen met eilanden als Guadeloupe en Martinique ontstaat begin jaren tachtig een mix van oorspronkelijke akoestische en moderne elektrische muziek die met de term 'zouk' wordt aangeduid. Belangrijkste exponent van zouk is de populaire band Kassav', die naast traditionele percussie ook synthesizers gebruikt.
De Engelstalige Caraïbische eilanden Barbados en St Lucia kenmerken zich door de ontwikkeling van 'steelpanmuziek' en soca. Steelbandmuziek komt, naast calypso, ook terug in de muziektraditie van Trinidad en Tobago. Calypso ontstaat doordat ex-slaven uit Afrika de Europese carnaval overnemen. Door gebruik te maken van lege olievaten, die afkomstig zijn van de op Trinidad gelegerde Amerikaanse soldaten, ontstaan in de jaren dertig de nodige steelbands. In de calypsohit The Yankee Dollar spreekt zanger Harry Belafonte zich uit tegen de Amerikaanse aanwezigheid op Trinidad. (Luister ook naar CD1, track 4)
Caraïben extra: Jamaica en de reggae
Jamaica is één van de bekendste eilanden in het Caribische gebied. Op dit eiland zijn mento, ska, rocksteady, reggae, dub, ragga en dancehall ontstaan. Mento onstaat in de jaren 1940 en 1950 op het eiland Jamaica uit de traditionele volksmuziek en combineert de muziek van de lokale bevolking met invloeden van Amerikaanse big bands en calypso. Mentobands spelen aanvankelijk alleen op bruiloften en feesten, maar in de jaren vijftig gaan ze ook voor de toeristen in de hotels spelen. De teksten gaan over het alledaagse leven, vaak vol met grappen en seksuele toespelingen. Van de oude opnames op 78 toeren platen zijn er maar weinig bewaard gebleven. Bekende mento-artiesten zijn Count Owen en Laurel Aitken.
Uit een mix van rhythm & blues en mento ontstaat begin jaren 1960 op Jamaica de ska, dat echter veel sneller dan is mento en het accent op een snelle opzwepende afterbeat wordt gelegd. Ska wordt in Engeland erg populair onder de blanke skinheads. In de jaren 1980 komt het zelfs tot een ska-revival. Bekende ska-artiesten zijn Derrick Morgan, Prince Buster, Desmond Dekker en The Skatalites. Ska-bands uit de jaren 1980 als Madness, The Beat, Bad Manners, The Selecter en The Specials laten een mengvorm van moderne popmuziek en ska horen.
De meest geciteerde muziekstijl uit Jamaica is echter reggae. Mede door toedoen van grote artiesten als Bob Marley, Peter Tosh en The Maytals, heeft reggae een grote impact en invloed gehad op vele verschillende andere muziekstijlen. Reggae ontstaat in 1968. De Maytals gebruiken dan voor het eerst dit woord op hun single 'Do The Reggay'. Reggae komt voort uit de rocksteady maar gebruikt de gitaar als ritme-instrument voor de langzame afterbeat. Reggae kent later op Jamaica vele varianten zoals de roots reggae, reggae met soul invloeden en de ragga.
Maar ook op andere plekken in de wereld ontstaan vele reggaestijlen, zoals de Afrikaanse reggae. Internationaal bestaat vanaf die tijd de reggae pop en verschillende mengstijlen zoals techno reggae. Ook reggae is dansmuziek.
(Luister ook naar CD2, track 11) en bezoek eens www.bobmarley.com
Reggae heeft invloed op vele bands en stijlen en wordt door kenners tevens gezien als het voorland van de Afrikaanse popmuziek. Vele moderne popbands hebben zich door reggae laten inspireren zoals The Police, UB40, maar ook Doe Maar die met een Nederreggae variant in de jaren tachtig heel tiener-Nederland aan haar voeten kreeg. Naast de grote hits van Bob Marley was het Peter Tosh die samen met Rolling Stones-zanger Mick Jagger in 1979 een wereldwijde reggae-hit scoorde met Don't Look Back.
Nederlandse bands als Postmen en Beef! maakten op grote festivals als Lowlands en Pinkpop furore met hun zonnige reggae, en ook nieuwe Nederlandse bands als United Sounds en Full colorz mogen zich verheugen in stijgende belangstelling.
AFRIKA
Om een overzichtelijke weergave van de Afrikaanse muziekwereld te geven, lijkt een eerste indeling in regio's de meest logische. De Afrikaanse muziek en ritmes kwam met de slaven mee naar Amerika, waardoor muziekvormen zoals blues, jazz, soul, disco, rap en ook rock 'n roll mede gebaseerd zijn op de Afrikaanse muziekcultuur. De oorspronkelijke Afrikaanse muziekcultuur komt echter ook onder invloed van westerse muziek door bijvoorbeeld de terugkeer van slaven naar hun moederland, reizende missionarissen die kerkmuziek meebrachten, militairen die blaasmuziek importeerden en zeelieden die moderne instrumenten zoals de elektrische gitaar introduceerden.
Deze ontwikkelingen van gemengde muziekculturen vindt vooral plaats in de landen aan de Afrikaanse westkust. Met het ontstaan van dansorkesten in landen als Ghana en Nigeria ontstaat de stroming highlife. Deze muziekstijl kenmerkt zich door zijn snelle gitaarspel en dansbare ritmes, nauw verwant aan de Congolese soukous.
(Luister ook naar CD2, track 15)
De intrede van de elektrische gitaar heeft een enorm effect heeft op de populariteit van highlife, die inmiddels vanuit Ghana is overgewaaid naar de buurlanden.
Highlife is de muziek van bekende orkesten als E.K. Nyame, Osibisa en Prince Nico M'barga & Rocafil Jazz. De oorsprong van de highlife ligt in Ghana, maar eind jaren tachtig verkasten veel goede en getalenteerde Ghanese highlife-muzikanten naar Europa vanwege de stijgende populariteit van Afrikaanse muziek, waardoor de highlife ook hier vaste voet aan de grond kreeg. Het is vooral Osibisa met Coffee Song en Pata Pata geweest die er als eerste in slaagden om hun muziek onder de aandacht van de westerse muziekliefhebbers te krijgen.
Bijna tegelijkertijd met de ontwikkelingen in de West Afrikaanse landen hebben vooral jazz, blues en gospel invloed op de oorspronkelijke muziek uit de Zuid Afrikaanse landen. Uit deze mengvorm ontwikkelt zich via verschillende benamingen de muziekstijl kwela. In de meer centraal gelegen landen, vaak kolonies van Frankrijk en België, komt door de meer geïsoleerde ligging de ontwikkeling van een meer moderne muziekcultuur met invloeden van Afrikaanse en westerse muziek pas later op gang. Vanuit Congo ontstaat vervolgens de zogeheten Ngoma of Congo-jazz die veel invloed heeft gehad op de ontwikkeling van Afrikaanse (pop)muziek.
Noord Afrika
De muziek in de Noord Afrikaanse landen is gebaseerd op mengeling van de oorspronkelijke Arabische muziekcultuur, invloeden van de Moorse muziek en de westerse klanken die door de Franse en Engelse bezetters worden geïmporteerd. Traditionele muziek uit Marokko is Gwana- en berber-muziek, terwijl bedoeïenmuziek uit Algerije stamt.
RAÏ De meest specifieke en herkenbare en hedendaagse muziekstijl uit Noord Afrika wordt raï genoemd. Bakermat van de raï is Algerije, maar intussen hebben ook Marokko en Egypte beroemde raï-artiesten voortgebracht. Overigens ontstaat in Egypte als reactie op de traditionele muziek ook een populaire muziek die vooral jongeren aanspreek en Al Jeel wordt genoemd.
Raï is ontstaan uit de oorspronkelijke muziek van herders die, ondersteund door trommels en fluit, kreten uitslaken. Raï komt in de jaren zeventig van de twintigste eeuw tot volle wasdom en vanaf de jaren tachtig wordt de typisch stijl ook sterk beïnvloed door de westerse muziek. Raï is, net als bij het Egyptische genre Al Jeel, inmiddels een muziekgenre dat het verzet van de jeugd tegen de autoriteiten en het establishment symboliseert en gekenmerkt wordt door kritische teksten.
De bekendste namen zijn Cheb Mami, Cheb Kader, Cheb Zohounani en natuurlijk Khaled, die in Nederland in de jaren negentig een danshit scoorde met Didi. Hoewel in Nederland minder bekend, scoorde Khaled in Frankrijk een grote hit met Aïcha, dat in 2004 een enorme hit zou worden in Nederland maar dan in een uitvoering van de Deense hiphop act Outlandish. (Luister ook naar CD1, track 18)
West Afrika
HIGHLIFE Zoals genoemd is highlife de typische popvariant, die in eerste instantie in Ghana tot ontwikkeling komt die uiteindelijk in twee stromingen valt te verdelen: dance band en guitar band. De belangrijkste guitar bands uit Ghana zijn E.K. Nyama en Onyina, later opgevolgd door The African Brothers.
(Luister ook naar CD2, track 27)
Voor de dance bands gelden Sweet Talks en Sunsum Band als belangrijkste exponenten. Producer, songschrijver en muzikant Brian Eno (U2, David Sylvian, Roxy Music) neemt met de Ghanese band Edikanfo de veelbesproken plaat The Pace Setters op. Maar highlife beperkt zich niet Ghana alleen want ook buurland Nigeria telt vele highlife-muzikanten.
Naast highlife kent Nigeria ook juju oftewel de palm wine music als belangrijke muziekstroming. Bekendste juju artiest is King Sunny Adé, die sterk is beïnvloed door Tunde Nightingale, pionier op het gebied van juju. Hij vormde in 1966 zijn eigen band Green Spots om in 1974 van label te veranderen en zijn bandnaam om te dopen in African Beats. (Luister ook naar CD2, track 23)
Ook afkomstig uit Nigeria is de multi-instrumentalist en controversieel muzikant Fela Anikulapo Kuti. Hij startte als highlife-zanger in de band Cool Cats om uiteindelijk zijn eigen variant highlife-jazz te ontwikkelen. Zijn muziek wordt dan ook nog vaak als Afro-jazz getypeerd. Fela Anikulapo Kuti sterft op 2 augustus 1997 in Lagos, Nigeria aan de gevolgen van AIDS. (Luister ook naar CD2, track 13)
In de landen Senegal, Guinee en Mali zijn het juist de Latijns-Amerikaanse invloeden, die hun stempel op de ontwikkeling van de moderne muziek drukken. Ifang Bondi uit Gambia is een van de eerste popbands met oorspronkelijk materiaal dat wordt aangemerkt als Afro Manding. Uit Senegal doet vooral Super Etoile de Dakar met in haar gelederen Youssou N'Dour, Orchestre Boabab en zanger Baaba Maal (Maal's bijnaam is 'de nachtegaal') van zich spreken.
Orchestra Baobab, opgericht in 1970, speelt een mix van Afro-Cubaanse ritmes (rumba), gecombineerd met Spaanse of Portugees-Creoolse zang. (Luister ook naar CD1, track 12)
Voormalig Genesis-zanger Peter Gabriel is onder de indruk van het talent van Youssou N'Dour en introduceert de Afrikaanse muzikant via zijn album So aan de westerse popmuziek. In 1988 is Youssou N'Dour co-headliner op de Amnesty International "Human Rights Now!" tour, samen met Peter Gabriel, Bruce Springsteen en Tracy Chapman. Later sluit Youssou N'Dour ook nog vriendschap met jazzmuzikant Branford Marsalis. De grootste hit scoorde hij met het nummer 7 Seconds een duet met Neneh Cherry.
De gebroeders Touré uit Senegal opereren onder de naam Touré Kunda maar breken wereldwijd door met de danskraker Lambada (1989) onder de naam Kaoma. De soul van Amerikaanse artiesten als James Brown, Otis Redding en Wilson Pickett vinden we terug bij de Senegalese zanger Ismael Lo, die zijn eerste eigen gitaar zelf bouwde. Lo wordt vaak de Bob Dylan van Senegal genoemd vanwege zijn gitaar- en mondharmonicaspel.
De Afrikaanse equivalent van singer songwriter zou je 'griot' kunnen noemen, hoewel Afrikaanse troubadour wellicht een completere omschrijving is. Bekende 'griots' uit Mali zijn Kandia Kouyate en Ami Koïta, die navolging krijgen van zangeressen als Rokia Traoré en Oumou Sangare. Koraspeler (kora is een 21-snarige harpachtig instrument) Mory Kanté uit Guinee scoort in 1988 een grote hit met zijn commerciële Ye Ké Ye Ké. De Malinese gitarist Ali Farka Touré vermengt zijn Afrikaanse stijl juist weer met Amerikaanse jazz en blues, waardoor hij ook wel de Afrikaanse 'John Lee Hooker' wordt genoemd.
Eveneens uit Mali is de griot Habib Koita, die funk, pop en blues in zijn Afrikaanse composities verweeft. Een opmerkelijke verschijning is de albino Salif Keita, die furore maakt met de band Les Ambassadeurs. Vanwege de politieke onrust in Mali verhuist Keita naar buurland Ivoorkust om mid jaren tachtig, net als vele collega Afrikaanse muzikanten, naar Frankrijk te trekken om een groter en Europees publiek te kunnen bereiken. Keita's muziek is een mengeling van de oorspronkelijke Malinese griot muziek, Afrikaanse ritmes en invloeden uit Spanje en Cuba.
De uit Ivoorkust afkomstige Alpha Blondy is sterk beïnvloed door Bob Marley en kan derhalve gezien worden als de reggae missionaris van West Afrika. Zijn devotie en toewijding aan reggae en rasta filosofie resulteert in de jaren tachtig in zijn eerste plaat opnemen. Hij zingt in vele verschillende talen, terwijl zijn teksten politiek getint zijn getuige songtitels als Jerusalem en Apartheid is Nazism.
Centraal Afrika
CONGO POP Dit is de benaming voor de popgeoriënteerde klanken van veel bands uit landen als Congo (het vroegere Zaïre), Kenia, Tanzania, Zambia en Angola. Grondleggers van de Congo-pop zijn Franco & O.K. Jazz en Tabu Ley. Vanaf de jaren zestig ontwikkelt de Congo-pop zich in een steeds soepelere westerse muziekstijl, mede doordat vele Afrikaanse muzikanten vanuit Parijs opereren. De bekendste namen uit het genre zijn Papa Wemba, Kanda Bongo Man en Kofi Olomidé. (Luister ook naar CD2, track 15)
Kanda Bongo Man bekwaamt zich in een de Afrikaanse rumbavariant en speelt met verschillende bands waaronder Orchestre Bella Mambo, dat hij nog steeds ziet als de beste Congolese band waarmee hij speelde. Uiteindelijk verhuist hij, op zoek naar een groter publiek, naar Parijs waar hij in 1981 zal doorbreken. In 1983 staat Kanda in Engeland op het WOMAD-festival en is zijn naam definitief gevestigd.
In Kameroen ontwikkelt zich makossa; een tussenvorm van Nigeriaanse en Congolese muziek en daarmee een variant op highlife. Smaakmaker en trendsetter in dit genre is Manu Dibango, die opgroeit in het Franse Calais. Hij studeert klassiek piano maar kiest in de jaren vijftig toch voor de saxofoon. Eind jaren vijftig verhuist Manu Dibango naar Brussel om met uiteenlopende jazzbands samen te spelen. In de jaren negentig doet ook nog de band Les Têtes Brûlées met een rock-achtige variant van spreken.
Oost Afrika
Logischerwijs wordt de muziek aan de Oost Afrikaanse kust meer gekenmerkt door invloeden uit Arabië en Aziatische landen als India en Pakistan. De bekendste muziekstijlen zijn benga; dansmuziek met felle gitaren afkomstig uit Kenia, en taraab; een mengeling van Arabische orkestmuziek, Afrikaanse ritmes en Indiase filmmuziek. In het Ethiopië van zangeres Aster Aweke en Somalië hebben de Arabische invloeden de overhand. In Soedan overheerst de muziek uit Egypte en er wordt veelal in het Arabisch gezongen. Bekende Soedanese namen zijn Mohamed Wardi en Ali Hassan Kuban die een meer funky cross over produceert.
Zuid Afrika
Vanuit Zimbabwe zijn het Thomas Mapfumo en The Bundu Boys die traditionele muziek mengen met popmuziek uit het westen. Het is Thomas Mapfumo die de traditionele shona mbira muziek mengt met westerse instrumenten en deze vergezeld laat gaan van teksten met een politieke boodschap. Daarmee creëert hij de nieuwe stijl chimurenga, wat worsteling betekent. Mapfumo nam de traditionele elementen en voegde daar elektrische gitaar, blazers en drums aan toe. Veel muzikanten ontvluchten echter Zimbabwe en Zuid Afrika om zich juist in Europa te vestigen. De muzikanten die blijven schikken zich naar het onderdrukkende machtsregime. Eind jaren zestig scoort de Zuid Afrikaanse zangeres Miriam Makeba een novelty hit met Pata Pata, maar ook zij zal vluchten naar het buitenland. Muzikanten als jazzpianist Abdullah Ibrahim (Dollar Brand) en trompettist Hugh Masekela zetten Zuid Afrika eveneens muzikaal op de kaart. Maar grootschalige erkenning volgt wanneer Paul Simon met behulp van Zuid Afrikaanse muzikanten zijn hitalbum Graceland opneemt. (Luister ook naar CD2, track 25)
Vooral het koor Ladysmith Black Mambazo weet van de toegenomen populariteit en media-aandacht te profiteren, terwijl ook Miriam Makeba en Hugh Masekela met Paul Simon meegaan op zijn Graceland tournee. Ook de Zuid-Afrikaanse singer songwriter Johnny Clegg weet met zijn band Savuka te profiteren van het succes van Paul Simons Graceland.
Universeler is de muziek van Lucky Dube, die furore maakt met reggae en de in de jaren negentig tot ontwikkeling gekomen hiphop van Prophets Of Da City die zich als rapgroep onderscheiden met een mix van ragga, hiphop en Zuid-Afrikaanse samples.
AZIE EN AUSTRALIE
De muziek van India kan men verdelen in drie hoofdvormen: klassieke muziek, popmuziek en volksmuziek. De klassieke muziek kent twee tradities, namelijk de Hindoestaanse en de Carnatische muziek. De popmuziek bestaat voornamelijk uit de Indiase filmmuziek, terwijl de Indiase volksmuziek veel regionale genres kent. De Carnatische muziek is de traditie die hoort het zuidelijke deel van India, de Hindoestaanse muziek bij het noordelijke deel, Pakistan en Bangladesh. Het grote verschil is dat de Hindoestaanse muziek sinds de Mongoolse overheersing (13 eeuw na christus) veel invloed heeft ondergaan van de Perzische en Arabische muziek.
Ook al komen de laatste jaren wat meer onafhankelijke rockbands op, de popmuziek in India is eigenlijk altijd gedomineerd door de Indiase filmmuziek uit de Bollywood-studio's. Indiase films zijn meestal musicals en de liedjes uit die films bezetten het grootste deel van de hitlijsten. Aanvankelijk was de muziek vooral gebaseerd op Indiase volksmuziek, later kwamen daar steeds vaker westerse invloeden in.
(Luister ook naar CD1, track 10)
Momenteel is A.R. Rahman de meest toonaangevende filmmuziekcomponist. India kent veel regionale vormen van volksmuziek. Ook al is er veel volksmuziek terug te vinden in de bollywood-muziek, de echte volksmuziek is toch wat naar de achtergrond gedrongen. Bekende genres zijn Bhangra, een opzwepende dansvorm uit de Punjab en Qawwali, de devotionele liederen van de sufis uit Pakistan en de daaraan grenzende Indiase deelstaten.
Bekendste qawwali muzikant is de inmiddels overleden Pakistaan Nusrat Fateh Ali Khan, die onder meer door samen te werken met Pearl Jam op de soundtrack Dead Man Walking, Peter Gabriel, Michael Brook en Massive Attack meer bekendheid verwierf in Amerika en West Europa. Zijn allerlaatste album werd geproduceerd door rockproducer Rick Rubin.
Ravi Shankar is een internationaal bekend Indiaas musicus en sitarvirtuoos, die naam heeft gemaakt met het populariseren van Indiase muziek in het Westen. Hij heeft o.a. samengewerkt met klassiek violist Yehudi Menuhin en de Beatles. In 1966 ontmoette hij Beatle George Harrison en werd hij een bekend persoon in de popcultuur, met optredens in spraakmakende eerste sixties popfestivals als Monterey en Woodstock. Hij is ook de vader van jazz-zangeres Norah Jones.
De Aziatische migranten in Groot Brittannië hebben met hun bhangra-beat veel invloed op nieuwe muziekstijlen, later weer vermengd met de nieuwe geluiden uit de opkomende dance. De muzikale beweging die triphop, drum 'n bass en techno mengen met Oosterse melodieën en samples wordt Asian Underground gedoopt.
De oorspronkelijke bewoners van Australië zijn de aboriginals, die zich bekwaamd hebben in het spelen van het typische blaasinstrument de didgeridoo. Het instrument is een holle boomstam of tak en wordt tegenwoordig gemaakt van een door termieten leeg gevreten tak van een eucalyptusboom. Het is de band Yothu Yindi met zowel Westerse muzikanten als aboriginals, die met het nummer Treaty een wereldwijde hit scoren. Yothu Yindi excelleert in een mix van de oorspronkelijke didgeridoo-muziek en westerse rock.
The Warumpi Band krijgt in Australië het label 'de Rolling Stones van de aboriginals' opgeplakt. Van geheel ander aard is de muziek van Dead Can Dance, dat de meest uiteenlopende stijlen met Gregoriaanse en oriëntaalse klanken in meeslepende melodieën verpakt.
Gamelan is de benaming voor zowel de muziekstijl, de instrumenten als de bespelersgroep ervan in Indonesië. Een gamelanorkest bestaat voornamelijk uit slaginstrumenten zoals drums, kulingtans, gongs en xylofoons, maar ook bijvoorbeeld fluiten. Vooral op Java en Bali is de gamelan heel populair. De gamelan wordt als een van de hoogst ontwikkelde muzikale vormen ter wereld beschouwd. De orkesten zorgen vaak voor de muzikale begeleiding van dans- en theatervoorstellingen. De naam gamelan is afgeleid van gamel, een Oud-Javaans woord voor handgreep of hamer, omdat de meeste instrumenten van een gamelanorkest slaginstrumenten zijn.
AMERIKA
De van oorsprong Franse bewoners van Canada, maar verdreven door Britse kolonialisten, komen uiteindelijk in het Zuiden van de VS terecht in het gebied rond Louisiana, Houston en New Orleans. Daarnaast vestigen zich vele andere Europese nationaliteiten in Louisiana. Al deze verschillende culturen versmelten langzaam tot de Cajun-cultuur, waarvan de typische cajunmuziek een belangrijke exponent is. Door al de verschillende Europese invloeden - met name de accordeon - ontstaat een muzieksoort, die gekenmerkt wordt door vaak wat rauwe zang (in Patois, een regionale variant op de Franse taal), het gebruik van specifieke instrumenten zoals viool, accordeon, triangel en wasbord. Verder bestaat de muziek vaak uit typisch Europese ritmes zoals walsen, two-steps en polka, waardoor de muziek aanstekelijk werkt en zeer dansbaar is.
Cajun wordt vaak in één adem genoemd met zydeco, dat in wezen de zwarte variant van de Cajun-muziek genoemd mag worden. Bij zydeco, ook wel French blues genoemd, spelen elektrisch versterkte instrumenten een belangrijke rol. Basgitaar en drumstel zijn belangrijk omdat zydeco meer ritme dan melodie heeft in vergelijking met cajun. Daarnaast is zydeco meer gebaseerd op blues. Een ander belangrijk verschil is dat er in de cajun-muziek gebruik gemaakt wordt van een vrij simpel, klein accordeon, terwijl in zydeco het grote, ons bekende (knoppen)accordeon heel vaak op de voorgrond staat. Net als Cajun is ook de zydeco enorm dansbare en swingende muziek waarbij het haast onmogelijk is om stil te blijven staan.
In de jaren tachtig leeft de belangstelling voor cajun en zydeco zowel in Amerika als in Europa op waarvan artiesten als Clifton Chenier, Buckwheat Zydeco, Eddie Lejeune en Zachary Richard profiteren. Maar ook in Nederland kan het genre op een grote populariteit rekenen en weten bands als Captain Gumbo, Boi Foi Toch, Allez Mama en Louisiana Radio met name in het live-circuit zich gesteund door een grote groep fans.
Van een geheel ander orde is The Brave Combo; een Amerikaanse band die tot op de dag van vandaag een ware hutspot van stijlen presenteert waarin de belangrijkste smaken polkamuziek, cajun & zydeco en tex-mex zijn. Maar ook joodse klezmer, rockabilly, country en cumbia worden niet geschuwd. The Brave Combo was ook al eens te gast op het Lowlands Festival in Nederland.
Midden Amerika
De accordeon is niet alleen een cruciaal instrument voor cajun & zydeco, ook in aanverwante genre tex-mex speelt dit instrument de hoofdrol. Polka's en walsen staan aan de basis van tex-mex dat een afkorting is van Texas en Mexico en het moge duidelijk zijn dat de muziek gespeeld wordt door de Mexicanen die in Texas verblijven.
Beroemdste tex-mex muzikant is ongetwijfeld Flaco Jimenez, zoon van Santiago Jimenez, die in de jaren zeventig al samenwerkt met Doug Sahm en Ry Cooder. In de jaren tachtig en negentig is het de eclectische band Los Lobos, die in 1987 het bekende La Bamba de hitparade inspelen en onder andere tex-mex bij een groter publiek introduceren. In Nederland is het de Limburgse formatie Rowwen Heze die zich onderscheidt in het tex-mex genre en met de hit Bestel Mar doorbreekt bij een groot Nederlands publiek. Logisch dat Rowwen Heze dus ook samenwerkte met Flaco Jimenez.
Ook wereldberoemd is de Mexicaanse Texaan Trini Lopez, die met name in de jaren zestig van zich doet spreken door een mix van rock ´n roll en samba en Mexicaanse muziek. Zijn grootste hit is het Latijns Amerikaanse gestileerde La Bamba, later door vele bands en artiesten nog op de plaat gezet, en de meer poppy single If I Had A Hammer.
Maar wie Mexico zegt, zegt ook mariachi. Een typsich Mexicaanse muziekstijl ontwikkeld door een combinatie van slavenmuziek, muziek van de oorspronkelijke bewoners en de invloeden van de Spaanse veroveraars. Oorspronkelijk bestond een typische mariachi-band uit vier personen, die alleen snaarinstrumenten zoals gitaar, harp en viool bespeelden.
In de twintigste eeuw groeiden de mariachi-orkesten en werden nieuwe, vooral blaasinstrumenten zoals trompet aan het instrumentarium gevoegd. Inmiddels is de trompet niet meer weg te denken uit de Mexicaanse mariachi en bestaat de standaard samenstelling uit twee trompetten, drie of meer violen, de Mexicaanse vihuela (basgitaar), gitaar en guitarron.
De belangrijkste groep uit de geschiedenis van de mariachi is Mariachi Vargas de Tecalitlán, opgericht in 1898 door Gaspar Vargas in Tecalitlán, die in 1930 werd opgevolgd door zijn zoon Silvestre Vargas. De mariachi beperkt zich niet tot Mexico alleen, maar strekt zich ook uit tot de zuidelijke staten van Amerika waar het met name in het gebied rond Los Angeles populair wordt.
Het is de Amerikaanse zangeres Linda Ronstadt die in 1987 het album Canciones de mi Padre opneemt en daarmee mariachi bij een groot publiek introduceert.
Zuid Amerika
De muziek uit Brazilië is vooral gebaseerd op de Afrikaanse ritmes, meegebracht door de slaven. De beroemdste muziek- en dansstijl uit Brazilië is de samba, die ontstaat wanneer zwarte muzikanten uit de sloppenwijken experimenteren met polka's, Cubaanse muziek en Afrikaanse ritmes. In de jaren vijftig ontwikkelt zich de meer laid back stijl bossa nova; een versmelting van cool jazz, bebop en Braziliaanse ritmes waarbij op een zeer onderkoelde manier gezongen wordt. Beroemdste muzikanten in dit genre zijn Joao Gilberto en Antonio Carlos Jobim terwijl het door Astrud Gilberto gezongen 'The Girl From Ipanema' als bossa nova-klassieker te boek staat. (Luister ook naar CD2, track 31)
In de jaren zeventig en tachtig komt een groot aantal Braziliaanse artiesten en bands in de mondiale aandacht door steeds een mix van vele verschillende invloeden, maar waarin jazz, funk en blues in combinatie met Latijns Amerikaanse ritmes steeds de accenten zetten met als grote sterren Segio Mendes, Caetano Veloso en Maria Bethania.
In de jaren negentig laat plots ook een metalband genaamd Sepultura van zich horen, met opzwepende thrashy metal op basis van harde samba drums. Deze Braziliaanse thrash metal kan rekenen op volgelingen over de hele wereld.
Overigens kent Nederland zijn eigen (dance) variant op Braziliaanse muziek, met de zeer gewaardeerde multiculturele band Zuco 103. In 2005 nog een van de grote acts op Lowlands, maar ook heel succesvol in de rest van Europa. (Luister ook naar CD2, track 29)
In Argentinië is het de tango die de toon aangeeft. De tango is ontstaan in de ordinairste wijk van Buenos Aires; 'Barrio de las Ranas'. Oorspronkelijk werd de tango in sommige kringen gezien als een ordinaire, vulgaire dans. Tegenwoordig worden er twee varianten gedanst. De ballroom tango en de Argentijnse tango. Grootmeester van de Argentijnse tango is accordeonist en bandoneon-speler Astor Piazzolla. En sinds het huwelijk van prins Willem Alexander met prinses Maxima kent Nederland ook de Nederlandse bandoneonspeler Carel Kraayenhof.
Cumbia is complexe, ritmische muziek die aan de Colombiaanse Atlantische kust is ontstaan. Cumbia is een mengeling van Spaanse en Afrikaanse muziek.
Oorspronkelijk bestond cumbia alleen uit percussie en zang. Moderne groepen gebruiken tegenwoordig echter ook blaasinstrumenten en keyboard. De cumbia kreeg vaste voet aan de grond in de 40er jaren van de 20e eeuw, toen de muziek zich verspreidde van het platteland naar de stad. Onder invloed van mamba, big band en porro ontwikkelde de muziek zich tot zijn huidige vorm. De cumbia verspreidde zich door verschillende artiesten naar Mexico waar de stijl ook nog steeds populair is.
De salsa ontstond onder Cubanen in New York en Puerto Rico en verspreidde zich snel tot in Colombia, waar artiesten als Joe Arroyo de muziek populair maakten. De salsa ontwikkelde zich in een typisch Colombiaanse vorm, ook wel genaamd musica tropical.
Tekst: alleen maar Janssen